skip to Main Content

Wanneer je een ingelijste oorkonde en vervolgens een armenvullend chocoladekunstwerk overhandigd krijgt, vergt het enige acrobatie om een microfoon te manoevreren en daarmee een bedanking uit te spreken dat je cultureel ambassadeur bent geworden. Helaas lukte dat niet, maar via deze brief maak ik mijn dank dan ook bekend. Merci, jury, ex-klasgenoot Jan Verheyen en publiek!

De gelegenheid van de uitreiking was het jaarlijkse nieuwjaarsconcert, ondertussen een cultureel icoon in onze stad, met als een van de solisten: de fenomenale Benjamin Glorieux. Wat was dát zeg! Het belang van dit concert ligt in het feit dat leerlingen en ex-leerlingen van de muziekschool, die samen dit symfonisch orkest vormen, van dichtbij in contact komen met absolute top.

Al jaren slaagt dirigent Kris Matthynssens erin om winnaars van de Koningin Elisabethwedstrijd of andere toppers te binden aan dit orkest. Niet alleen met zeemzoete meezingers maar met uitdagende en soms erg experimentele composities. Dat brengt met tot hemzelf en een belangrijk aspect van wat cultuur kan zijn of zou moeten zijn. Als altviolist vormt Kris Matthynssens met Kristine Roels op viool en Pieter Stas op cello het Goeyvaerts Strijktrio. Omdat hij als twee druppels water lijkt op de componist Arvo Pärt, raakt men in Estland compleet verward van zijn verschijning. Het is maar een van de landen waar ze concerteren. Later dit jaar betreden ze onder meer het podium in het Guggenheimmuseum in New York en wat later Los Angeles. Kortom dit Sint-Niklase trio is op vlak van hedendaagse muziek top. Maar waarom zijn ze voor mezelf zo toonaangevend? Niet alleen omdat ze niet-vanzelfsprekende muziek en componisten ontsluiten, maar vooral omdat ze eveneens – zomaar, musiceren voor ouderlingen in Sint-Niklase bejaardenhuizen. Precies dát altruïsme verbreedt kunst tot cultuur.

Maar laat ik terugkeren naar de plek, de stadsschouwburg. In een straal van niet meer dan 100 meter kreeg ik de basis van mijn eigen culturele opvoeding. De academie waar mijn fantasiewereld voor het eerst op papier terecht kwam; de muziekschool waar zich achter elke deur een microkosmos van gedempte klanken verschuilde en de ‘gewone’ school waar taal en literatuur uit hun loutere nutsfunctie en vanzelfsprekendheid werden (op)gelicht en ik in het knapenkoor polyfone klanken leerde bedwingen.  Helaas ben ik alleen kampioen in de atletieksport geweest, maar nooit in de uitvoering van muziek of beeldende kunst. Maar dat is ook niet het punt wanneer we het over cultuur hebben, daar gaat het over een liefde en de open – zich steeds voedende – relatie met al die kunsten. Die passie heb ik in een straal van enkele tientallen meters rond het podium (waar ik beladen met oorkonde en chocolade stond) meegekregen. Sint-Niklaas is een regionale stad, maar op het vlak van culturele basisinfrastructuur voor jongeren behoort ze tot de grote cultuursteden.

Stef Van Bellingen – 7 januari 2018.

(Tekeningen van lachende mannetjes / SASK – tekenschool, Stef: 6 jaar jong)

PS: Elke maand zal een brief verschijnen waarin een cultureel aspect belicht wordt en/ of een vrouw die een band heeft met Sint-Niklaas geïnterviewd wordt.

Back To Top